De brugklas

De brugklas slaat een brug tussen de basisschool en het voortgezet onderwijs. Vandaar de naam. Omdat deze twee schooltypen best verschillend zijn, is het belangrijk dat de overgang van de één naar de ander zorgvuldig wordt begeleid.

Daar zijn we op het Maaslandcollege goed in. We hebben uitstekende mentoren, die de leerlingen opvangen en hen met allerlei nieuwe zaken laten kennismaken. Wat zijn zoal de verschillen?


Verschillen basisonderwijs – voortgezet onderwijs

  • je krijgt in de brugklas twaalf verschillende docenten, voor elk vak één;
  • je gaat per les naar een ander lokaal;
  • je krijgt nieuwe vakken zoals Frans, science, wiskunde en levensbeschouwing;
  • misschien moet je veel verder fietsen naar school;
  • huiswerk: elke dag wordt er van je verwacht dat je thuis aan de slag gaat met de nieuwe kennis die je hebt opgedaan en dat je je voorbereidt op de lessen van de volgende dag.

Dakpanklas

Er zijn verschillende typen brugklassen op het Maaslandcollege.

  • de mavo/havo-brugklas.
  • de tweetalige mavo/havo-brugklas
  • de havo/vwo-brugklas
  • de tweetalige havo/vwo-brugklas
  • de vwo-brugklas
  • de tweetalige vwo-brugklas

In de laatste twee zitten alleen vwo-leerlingen. Er hoeft dan aan het eind van het schooljaar niet meer te worden bepaald naar welk type tweede klas zijn zullen gaan: ze zitten immers al op het vwo.
De overige brugklassen noemen we dakpanklassen, omdat daar aan het einde van het schooljaar voor iedere leerling nog moet worden bekeken op welk schooltype hij/zij in de tweede klas het best verder kan gaan. Voor leerlingen uit een mavo/havo-brugklas kan dat op 2mavo of op 2havo zijn. Voor leerlingen uit een havo/vwo-brugklas is de keuze 2havo of 2vwo. In speciale gevallen is ook nog een andere keuze mogelijk.


Éénjarige brugklas

We hebben op het Maaslandcollege éénjarige brugklassen. Daar hebben we goede ervaringen mee en het heeft tal van voordelen:

  • Één jaar is een overzichtelijke, vrij korte tijd om te laten zien wat je niveau is. Je weet welke cijfers je in dat jaar moet halen om naar mavo, havo of vwo te kunnen gaan.
  • Als leerlingen op de brugklas starten, zijn ze meestal zeer gemotiveerd. We zetten deze motivatie in om het hoogst haalbare niveau te halen.
  • Binnen één jaar is bij de meeste leerlingen duidelijk welk niveau het beste bij ze past. Vanaf klas twee krijgen leerlingen dan ook meteen les op dat eigen niveau en dat geeft rust.
  • Mocht het zo zijn dat een leerling wat meer tijd nodig heeft, dan kan hij of zij ook na twee of zelfs drie jaar nog naar een hoger niveau doorstromen. Dat is het voordeel van een scholengemeenschap met verschillende niveaus.

Begeleiding door de mentor

Zoals gezegd: het is belangrijk dat de leerling wordt begeleid. We hebben daar een goede structuur voor.
Allereerst is er de mentor, die vaklessen en daarnaast nog twee begeleidingslessen per week geeft aan de brugklasleerlingen die hij/zij onder zijn/haar hoede heeft. In die begeleidingslessen leert de leerling hoe te studeren, samen te vatten, woordjes te leren, werkstukken te maken, hoofd- en bijzaken te onderscheiden, en zo verder. We schakelen hiervoor ook de iPad in.
Naast studievaardigheden leren leerlingen ook hoe ze goed met elkaar kunnen omgaan. Onderwerpen die aan de orde komen zijn bijvoorbeeld pesten, wat zeg je wel/niet op de klassenapp, hoe praat je zaken uit met elkaar, en het vormen van een hechte en veilige groep.
De mentor organiseert ook de activiteiten met de klas, zoals de kerstactie, de culturele activiteitendag, het pestproject, het brugklaskamp of bij de tweetaligen de reis naar Engeland.
Als dat nodig is schakelt de mentor een andere docent/begeleider/specialist in om een leerling nog beter te kunnen helpen.


Onderwijs in de brugklas

De docenten van de brugklassen proberen zo goed mogelijk de lessen op de nieuwe brugklasleerlingen af te stemmen. Dit betekent dat het tempo van de lessen de eerste weken nog niet zo hoog is en dat een leerling voor maximaal 10 minuten per vak huiswerk kan krijgen. Na de herfstvakantie, als de leerlingen wat meer gewend zijn, wordt de stof wat moeilijker en het tempo wat hoger. Het huiswerk wordt ook meer, tot een gemiddelde van 1,5 uur per dag.


Actief leren

We vinden het belangrijk dat leerlingen zelf actief zijn in de les. Leerlingen leren vooral door te doen en op die manier raken ze meer betrokken bij de les en begrijpen ze zaken ook beter. De Ipad kan hierbij helpen.


Differentiatie

Iedere leerling heeft een andere achtergrond en leert op zijn of haar eigen manier. Daarom is het belangrijk dat docenten rekening houden met die verschillen. Dat kan door bepaalde leerlingen moeilijker of meer stof aan te bieden of andere leerlingen bepaalde zaken nog eens extra uit te leggen. Dit noemen we gedifferentieerd onderwijs en daarvoor gebruiken we ook de iPad.


Onderzoekend

Nieuwsgierig en open, zelf op zoek naar nieuwe kennis. Dit is een manier van leren die we in de toekomst steeds vaker zullen gaan gebruiken. Zeker omdat de wereld snel verandert.


Actualiteit

Als de leerling zaken leert die hij of zij herkent uit zijn of haar eigen leven, beklijven ze vaak beter. De leerling snapt dan ook waarom het nodig is dat hij of zij ze leert. Theoretische stof wordt gekoppeld aan de actualiteit en krijgt betekenis. Dat is belangrijk om gemotiveerd te blijven.


VWO-onderwijs

Op het vwo krijgt de leerling een lesaanbod dat wordt gekenmerkt door academische vaardigheden zoals ontwerpen en onderzoeken. We gebruiken hiervoor de zes stappen die horen bij onderzoek doen. Steeds wordt de leerling geleerd systematisch deze stappen te volgen, zodat hij/zij tot inhoudelijk goed beargumenteerde conclusies en aanbevelingen kan komen. Twee keer per jaar presenteren leerlingen een onderzoek aan ouders, medeleerlingen en docenten. Deze lijn wordt voortgezet in klas twee tot en met zes.